Transitieplan

De organisaties van werkgevers en werknemers hebben een transitieplan gemaakt. Dit transitieplan is een opdracht aan Pensioenfonds VLEP om de vernieuwde pensioenregeling in te voeren. In het transitieplan staat wat de kenmerken zijn van de vernieuwde pensioenregeling en waarom organisaties van werkgevers en werknemers hiervoor hebben gekozen. Er staat ook in hoe de overgang naar de vernieuwde pensioenregeling zal gaan en wat de gevolgen zijn voor de verschillende groepen. Invoering van het nieuwe stelsel is niet voor alle leeftijdsgroepen even goed. De groep waarvoor de nieuwe regeling minder gunstig is krijgt een extra bedrag uit het pensioenvermogen van het fonds. De hoogte van het bedrag wordt voor iedere actieve en arbeidsongeschikte deelnemer (op cohortniveau) berekend omdat voor deze doelgroepen de regeling ongunstig kan zijn.

Deze pagina is een samenvatting van het transitieplan. Iedereen die geïnteresseerd is in de vernieuwde pensioenregeling, kan zich met deze samenvatting snel inlezen. Het is de bedoeling dat de nieuwe pensioenregeling vanaf 1 januari 2026 gaat gelden.

Bekijk hier het volledige transitieplan

Kenmerken regeling

  • Wat is een premieregeling?

    Volgens de nieuwe pensioenwet moet ieder pensioenfonds een ‘premieregeling’ invoeren. Dat betekent dat de premie die werkgevers en werknemers elke maand inleggen vaststaat. De hoogte van het pensioen dat je later krijgt, staat niet vast.

    Het pensioenfonds belegt de premie. Dat gebeurt nu ook al. Anders dan nu bouwt iedereen met deze premie straks een persoonlijk pensioenvermogen op. Dit vermogen groeit aan met de opbrengst van de beleggingen. Als het goed gaat met de economie, groeit het vermogen sneller. Als het slecht gaat, kan het ook minder worden. Ook de pensioenen van gepensioneerden kunnen schommelen, maar voor hen is de kans kleiner dat het pensioen in een jaar omlaag gaat. Verlagingen van pensioenen worden gespreid over vijf jaar en verzacht door de zogenaamde solidariteitsreserve.

  • Wat is een solidariteitsreserve?

    Organisaties van werkgevers en werknemers willen zoveel mogelijk voorkomen dat pensioenen in een jaar omlaag moeten. Er is gekozen om een deel van het pensioenvermogen te gebruiken voor de zogenaamde solidariteitsreserve. Dit is een deel van het pensioenvermogen dat onder andere gebruikt mag worden om uitkeringen aan te vullen om zo een korting te voorkomen. Dit is het belangrijkste doel van de solidariteitsreserve, naast het gebruik van de solidariteitsreserve mag Vlep de eventuele kortingen over vijf jaar spreiden. De combinatie van spreiden en het gebruik van de solidariteitsreserve maakt dat uit berekeningen blijkt dat de kans op kortingen klein blijft.

  • Welke premieregeling heeft Pensioenfonds VLEP gekozen?

    De nieuwe pensioenwet staat twee soorten premieregelingen toe. De eerste is een ‘flexibele premieregeling (FPR) en de tweede is de ‘solidaire premieregeling’ (SPR).De organisaties van werkgevers en werknemers hebben gekozen voor de ‘solidaire premieregeling’ (SPR). Deze regeling lijkt het meest op de pensioenregeling van nu. De solidaire premieregeling heeft twee belangrijke kenmerken:

    • Pensioenfonds VLEP belegt het geld voor de pensioenen als één geheel. Het pensioenfonds bepaalt waarin het geld wordt belegd. Voor jongeren wordt daarbij meer risico genomen dan voor ouderen. Het pensioenfonds bouwt het risico stapje voor stapje af.
    • Er gaat geld naar een reserve: de solidariteitsreserve. Pensioenfonds VLEP gebruikt deze reserve om de kans op het verlagen van de pensioenen te verkleinen.


    In de ‘flexibele premieregeling (FPR) kunnen deelnemers zelf beleggingskeuzes maken en kiezen voor een pensioen dat vaststaat. Organisaties van werkgevers en werknemers vinden dat deze regeling minder goed bij de doelgroep past. Daarom hebben ze niet voor deze pensioenregeling gekozen.

De overstap

  • Hoe gaat de overstap naar de vernieuwde pensioenregeling?

    Op 1 januari 2026 gaat de vernieuwde pensioenregeling in en stopt de pensioenregeling van nu. Het totale pensioenvermogen wordt op die datum omgezet in persoonlijke pensioenvermogens. Deze omzetting heet invaren. Invaren moet van de wet, tenzij het een belangrijk nadeel oplevert voor een bepaalde groep. Bij VLEP is dat nadeel er niet. Invaren heeft als voordeel dat de vernieuwde pensioenregeling één geheel vormt. Dat maakt de uitvoering van de vernieuwde pensioenregeling goedkoper. Invaren heeft als nadeel dat de tot nu toe opgebouwde pensioenen in de vernieuwde pensioenregeling ook omlaag kunnen gaan.

    Bij het omzetten gaat geen geld verloren. Het pensioenfonds rekent precies uit wat de waarde is van het pensioen dat iedereen heeft opgebouwd. Die waarde gaat over naar de nieuwe regeling. Daarna telt het pensioenfonds de waardes van alle pensioenen bij elkaar op.

    • Is er meer geld in het pensioenfonds dan de waardes van alle pensioenen bij elkaar? Dan krijgen de groepen waar de nieuwe regeling wat minder goed voor is wat extra’s en wordt de solidariteitsreserve gevuld. Wat daarna over is, wordt verdeeld over alle deelnemers.
    • Is er geld tekort? Dan spreken de organisaties van werkgevers en werknemers af wat er gebeurt. Het kan zijn dat alle kapitalen voor pensioen (iets) omlaaggaan.
  • Hoe wordt de solidariteitsreserve gevuld?

    Pensioenfonds VLEP vult de solidariteitsreserve in tijden dat het goed gaat. De reserve moet minimaal 1 en maximaal 5 procent zijn van het totale vermogen bedragen. De organisaties van werkgevers en werknemers denken dat een reserve van 1 procent genoeg is om te voorkomen dat de pensioenen in een jaar omlaag gaan. Maar het kan ook meerdere jaren tegenzitten. Daarom willen de organisaties van werkgevers en werknemers de reserve het liefst vullen tot ten minste 3 procent van het totale belegde bedrag. De kans dat de pensioenen van gepensioneerden in een jaar omlaag gaan, wordt daardoor erg klein.

Wat betekent de vernieuwde pensioenregeling voor u?

  • Hoe hoog is de inleg?

    Net als nu legt u samen met uw werkgever 26 procent van uw pensioengrondslag in voor uw pensioen en voor de verzekering van het nabestaandenpensioen. Uw pensioengrondslag is het deel van uw salaris dat meetelt voor uw pensioen. De premie kan veranderen. Een gedeelte betaalt de werkgever en een gedeelte betaalt u zelf. Uw werkgever houdt het bedrag dat u inlegt in op uw bruto salaris, net als nu.

  • Wat krijg ik later?

    Als u stopt met werken krijgt u AOW en ouderdomspensioen. Net als nu kan het pensioen ingaan als u 68 jaar bent, maar ook eerder of later. Voor veel deelnemers bestaat het inkomen na pensionering voor 60 procent uit AOW en voor 40 procent uit aanvullend pensioen van VLEP. De premie levert in de vernieuwde pensioenregeling naar verwachting meer op, omdat er in de eerste jaren meer in aandelen wordt belegd.

  • Wat krijgen mijn nabestaanden als ik overlijd?

    Partnerpensioen

    Als u overlijdt, krijgt uw partner een partnerpensioen. Uw partner krijgt deze uitkering elke maand, zolang hij of zij leeft. Het partnerpensioen is een verzekering. Gaat u uit dienst en heeft u geen andere pensioenregeling? Dan loopt de verzekering voor het partnerpensioen maximaal 3 maanden door. Daarna kunt u het partnerpensioen nog 15 jaar vrijwillig verzekeren op eigen kosten. Heeft u een nieuwe baan met een pensioenregeling? Dan kunt u de verzekering stopzetten. Bij uw nieuwe werkgever is namelijk vaak weer een partnerpensioen verzekerd.

    • Bij overlijden vóór de AOW-datum krijgt uw partner levenslang een partnerpensioen van 30 procent van het salaris dat u verdiende voordat u overleed. Net als bij het ouderdomspensioen wordt het bedrag hoger of lager Als uw partner de AOW-leeftijd nog niet heeft bereikt, krijgt hij of zij er tot de AOW-leeftijd nog een bedrag bij. Dit bedrag is de helft van een uitkering volgens de Algemene nabestaandenwet van de overheid. Vanaf de AOW-leeftijd krijgt uw partner AOW van de overheid.
    • Bij overlijden na de AOW-datum bepaalt u zelf de hoogte van het partnerpensioen. Op het moment dat u met pensioen gaat, kunt u samen met uw partner kiezen voor minder partnerpensioen en meer pensioen voor uzelf. De hoogte daarvan is gebaseerd op het persoonlijk pensioenvermogen. Als u geen partner heeft, heeft u automatisch meer ouderdomspensioen. Als het partnerpensioen is ingegaan, kan het hoger en lager worden.


    Wezenpensioen

    Als u overlijdt, krijgt uw kind een wezenpensioen. Dit geldt voor kinderen tot 25 jaar. Het kind krijgt een wezenpensioen van 20 procent van het salaris en dat u verdiende voordat u overleed. Nu is dat 14 procent van het te bereiken pensioen. Als beide ouders zijn overleden krijgt het kind 40 procent van het loon. Gaat u uit dienst en heeft u geen nieuwe pensioenregeling? Dan loopt ook deze verzekering maximaal 3 maanden door. Net als het partnerpensioen kunt u de uitkering voor uw kinderen zelf blijven verzekeren als u uit dienst bent.

     

  • Wat gebeurt er als ik arbeidsongeschikt word?

    Als u arbeidsongeschikt wordt, bouwt u nog steeds pensioen op. De premie wordt betaald door het pensioenfonds. U hoeft deze niet zelf te betalen. Bent u gedeeltelijk arbeidsongeschikt? Dan legt u voor het deel dat u nog werkt wel zelf geld in voor uw pensioen.

  • Hoe worden schommelingen opgevangen?

    Als het nodig is, vult de solidariteitsreserve verlagingen van pensioenen aan. Het pensioenfonds gaat verlagingen ook spreiden over meer jaren, zodat ze per jaar kleiner worden.

  • Welke vergoeding komt er voor oudere deelnemers?

    Gaat u bijna met pensioen? Dan maakt de overstap naar de nieuwe regeling niet zoveel uit, want u heeft het grootste deel van uw pensioen al opgebouwd.

    Bent u tussen de 28 en 68 jaar, dan kunt u nadeel hebben van de overstap naar de nieuwe regeling. De organisaties van werkgevers en werknemers hebben daarom afgesproken dat er voor deze groep een vergoeding komt. De hoogte van de vergoeding verschilt per leeftijdsgroep, afhankelijk van het nadeel dat deze groep heeft. De vergoeding wordt in één keer toegevoegd aan het persoonlijk pensioenvermogen. Of het pensioenfonds de vergoeding (volledig) kan uitkeren, hangt af van de economische situatie en de dekkingsgraad van het fonds

  • Hoe pakt de vernieuwde pensioenregeling uit voor de verschillende groepen?

    Alle leeftijdsgroepen gaan erop vooruit in de scenario’s die het meest waarschijnlijk zijn.