Partnerpensioen
Als een werknemer overlijdt, komt zijn of haar partner in aanmerking voor partnerpensioen.
Partner
Onder ‘partner’ wordt verstaan:
- de echtgenoot of echtgenote
- degene met wie de werknemer een geregistreerd partnerschap heeft
- degene met wie de werknemer een (notarieel) samenlevingscontract heeft
Het huwelijk, geregistreerd partnerschap of (notarieel) samenlevingscontract moet bovendien vóór pensionering van de werknemer zijn aangegaan.
Geen partnerpensioen
De partner van uw overleden werknemer ontvangt geen partnerpensioen als uw werknemer jonger dan 20 jaar was toen deze overleed. Als uw overleden (oud-)werknemer het partnerpensioen volledig heeft uitgeruild voor een hoger ouderdomspensioen, ontvangt de partner ook geen partnerpensioen.
Hoogte bij overlijden voor pensionering
Als een werknemer vóór zijn of haar pensionering overlijdt, zijn er twee mogelijkheden:
- de werknemer werkt tot overlijden in de bedrijfstak: de partner ontvangt 70% van het te bereiken ouderdomspensioen. Dit is het ouderdomspensioen dat de werknemer zou hebben opgebouwd als deze tot zijn of haar 65ste in dienst was gebleven
- de werknemer werkt op het moment van overlijden niet meer in de bedrijfstak: de partner ontvangt 70% van het ouderdomspensioen dat de werknemer heeft opgebouwd in de periode dat hij of zij in de bedrijfstak werkte
Is de werknemer bij overlijden in de bedrijfstak werkzaam? Dan ontvangt de partner tot zijn of haar 65ste naast partnerpensioen ook tijdelijk partnerpensioen. Dit is een compensatie voor het nog niet ontvangen van de AOW.
Hoogte bij overlijden na pensionering
Als u na uw pensionering overlijdt, ontvangt uw partner het partnerpensioen dat u tijdens uw deelname aan het pensioenfonds hebt opgebouwd.
Partnerpensioen uitruilen voor ouderdomspensioen
Heeft de werknemer geen partner of heeft die partner zelf een goed pensioen of inkomen, dan kan de werknemer op zijn of haar pensioendatum het partnerpensioen (deels) uitruilen voor een hoger ouderdomspensioen. De eventuele partner moet hier wel schriftelijk toestemming voor geven. Na volledige uitruil van het partnerpensioen heeft de partner geen recht meer op een partnerpensioen. De keuze voor uitruil is eenmalig: als voor uitruil gekozen is, kan dit dus niet meer worden teruggedraaid.
Ouderdomspensioen uitruilen voor partnerpensioen
Op zijn of haar pensioendatum kan de werknemer ook een deel van het ouderdomspensioen omzetten in partnerpensioen. Het ouderdomspensioen wordt dan lager. Daar staat tegenover dat als de werknemer overlijdt, de partner recht heeft op een hoger partnerpensioen. De keuze voor uitruil is eenmalig: als de werknemer voor uitruil gekozen heeft, kan dit niet meer worden teruggedraaid.
Bijzonder partnerpensioen
Als een werknemer gaat scheiden, heeft zijn of haar ex-partner recht op partnerpensioen na het overlijden van de werknemer. Dit wordt bijzonder partnerpensioen genoemd. Als er een nieuwe partner is, dan wordt het bijzonder partnerpensioen in mindering gebracht op het partnerpensioen van deze partner. Ook als de werknemer ongehuwd samenwoonde kan de ex-partner aanspraak maken op bijzonder partnerpensioen. De werknemer en de ex-partner moeten hiervoor, gezamenlijk of afzonderlijk, een ondertekende verklaring aan het pensioenfonds sturen. In de verklaring moet de datum van beëindiging van het samenwonen zijn opgenomen. De handtekeningen moeten door een notaris zijn gewaarmerkt.