Partnerpensioen
Als een werknemer overlijdt, komt zijn of haar partner in aanmerking voor partnerpensioen.
Partner
Onder ‘partner’ wordt verstaan:
- de echtgenoot of echtgenote
- degene met wie de werknemer een geregistreerd partnerschap heeft
- degene met wie de werknemer een (notarieel) samenlevingscontract heeft
Het huwelijk, geregistreerd partnerschap of (notarieel) samenlevingscontract moet bovendien vóór pensionering van de werknemer zijn aangegaan.
Hoogte bij overlijden voor pensionering
Overlijdt de werknemer vóór zijn of haar pensionering? Dan zijn er twee mogelijkheden:
- de werknemer werkte tot het overlijden in de bedrijfstak
Het partnerpensioen wordt gebaseerd op het te bereiken ouderdomspensioen. Dit is het ouderdomspensioen dat de werknemer zou hebben opgebouwd als hij of zij tot 65 jaar in dienst was gebleven. De partner krijgt een percentage van dit ouderdomspensioen. Namelijk ongeveer 62,5% van het ouderdomspensioen. Werkte de werknemer in de sector Pluimvee? Dan is dit ongeveer 68% - u werkte op het moment van overlijden niet meer in de bedrijfstak
Het partnerpensioen wordt gebaseerd op het ouderdomspensioen dat de werknemer heeft opgebouwd in de periode dat hij of zij in de bedrijfstak werkte. De partner krijgt een percentage van dit ouderdomspensioen. Namelijk ongeveer 62,5% van het ouderdomspensioen. Werkte de werknemer in de sector Pluimvee? Dan is dit ongeveer 68%
Werkte de werknemer vóór 1 januari 2002 in de bedrijfstak, dan kan het percentage anders zijn. De werknemer heeft dan misschien meer of minder aan partnerpensioen opgebouwd, omdat de pensioenregeling toen anders was.
Tijdelijk partnerpensioen
Is de werknemer bij overlijden in de bedrijfstak werkzaam? Dan ontvangt de partner tot zijn of haar 65ste naast partnerpensioen ook tijdelijk partnerpensioen. Dit is een compensatie voor het nog niet ontvangen van de AOW.
Hoogte bij overlijden na pensionering
Als een werknemer na pensionering overlijdt, ontvangt zijn of haar partner het partnerpensioen dat de werknemer tijdens zijn of haar deelname aan het pensioenfonds heeft opgebouwd.
Uitruil pensioensoorten
Bij uitruil zet een werknemer (een deel van) het ouderdomspensioen om in partnerpensioen of omgekeerd. Binnen de pensioenregeling kan een werknemer op twee momenten voor uitruil van ouderdomspensioen in partnerpensioen kiezen:
- als de werknemer uit dienst gaat en buiten de bedrijfstak gaat werken
- als de werknemer met pensioen gaat
Uitruil bij uit dienst
Als de werknemer uit dienst gaat en buiten de bedrijfstak gaat werken, kan hij of zij een deel van het opgebouwde ouderdomspensioen gebruiken om het partnerpensioen te verhogen.
Uitruil bij pensionering
Het partnerpensioen is tot de pensioendatum automatisch verzekerd. Op de pensioendatum moet de werknemer besluiten of het partnerpensioen daarna ook meeverzekerd wordt. Dit kan tot maximaal 70% van het (opnieuw berekende) ouderdomspensioen. Het meeverzekeren van partnerpensioen betekent een verlaging van het ouderdomspensioen. Dit wordt dan opnieuw berekend. Bij overlijden van de werknemer krijgt zijn of haar partner wel levenslang 70% van het ouderdomspensioen uitbetaald.
In ruil voor dat partnerpensioen wordt het ouderdomspensioen met een bepaald percentage verlaagd. In de tabel ziet u met hoeveel procent het ouderdomspensioen lager wordt als de werknemer een partnerpensioen kiest dat 70%, 52% 35% of 17,5% van het ouderdomspensioen is.
| Hoogte partnerpensioen | Verlagingspercentage ouderdomspensioen |
| 70% van het ouderdomspensioen | 21% |
| 52% van het ouderdomspensioen | 15,75% |
| 35% van het ouderdomspensioen | 10,5% |
| 17,5% van het ouderdomspensioen | 5,25% |
Bijzonder partnerpensioen
Als een werknemer gaat scheiden, heeft zijn of haar ex-partner recht op partnerpensioen, als de werknemer overlijdt. Dit wordt bijzonder partnerpensioen genoemd. Als er een nieuwe partner is, dan wordt het bijzonder partnerpensioen in mindering gebracht op het partnerpensioen van deze partner. Ook als een werknemer ongehuwd samenwoonde kan de ex-partner aanspraak maken op bijzonder partnerpensioen. De werknemer en de ex-partner moeten hiervoor, gezamenlijk of afzonderlijk, een ondertekende verklaring naar het pensioenfonds sturen. In de verklaring moet de datum van beëindiging van het samenwonen zijn opgenomen. De handtekeningen moeten door een notaris zijn gewaarmerkt.