Veelgestelde vragen over facturen

1. Is het mogelijk om facturen automatisch te te laten afschrijven?

Ja, automatische incasso is mogelijk. Hiervoor vindt u een machtiging bankgiro- en bedrijfsincasso bij Downloads. Na ontvangst van uw machtiging zal het eerstvolgende factuurbedrag automatisch van uw rekening worden afgeschreven. Het is nodig dat u eerder gefactureerde bedragen nog op de gebruikelijke wijze aan het pensioenfonds overmaakt.

2. Hoe kom ik aan een toelichting op de factuur?

Bij iedere (correctie)factuur ontvangt u een toelichting. De toelichting op de kwartaalnota en de factuur vanaf 2011 vindt u bij Downloads

3. Is er een betalingsregeling mogelijk voor het betalen van pensioenpremies?

Eén keer per jaar kan een werkgever een verzoek doen voor een betalingsregeling. Meestal houdt de betalingsregeling dan in, dat de factuur of facturen in drie maandelijkse termijnen betaald worden.

4. Kan een factuur buiten invordering worden gehouden?

U kunt een schriftelijk verzoek bij het pensioenfonds indienen om een factuur buiten invordering te houden. Alleen bij zwaarwegende redenen zal het pensioenfonds dit verzoek inwilligen.

5. Kan ik mijn premievoorschot wijzigen?

Zijn er veel wijzigingen in uw personeelsbestand geweest? Dan kan dat invloed hebben op de hoogte van de premie. De berekening van een nieuw premievoorschot is mogelijk op grond van eerder aangeleverde en verwerkte gegevens over in- en uitdiensttredingen. Stuur dan een brief met uw verzoek naar het Klant Contact Center.

6. Waarom gebruikt het pensioenfonds voor de pensioenberekening bij een 4 weken-salaris de factor 14,09?

De factor 14,09 is gekozen omdat niet ieder jaar hetzelfde aantal dagen heeft, er is soms sprake van een schrikkeljaar. In het pensioenreglement van het bedrijfstakpensioenfonds (artikel 7 lid 2) en het prepensioenfonds (artikel 1 onder k) kunt u deze factor terugvinden.

7. Wat is het brutoloon Bedrijfstakregelingen (BTR-loon) precies?

Het brutoloon Bedrijfstakregelingen (BTR-loon) komt overeen met het SV-loon vóór aftrek van de werknemersdelen premies bedrijfstakregelingen (zoals VUT en Pensioen). De grondslag brutoloon Bedrijfstakregelingen is het brutoloon, exclusief spaarloon en eventuele WAO-uitkering/aanvulling. Dit is kolom 6 van de loonstaat - spaarloon. Dit BTR-loon is alleen van toepassing voor de VUT-regeling (VUVLEGRO) en de regeling(en) Collectieve belangen. Let op, voor de regelingen van het ouderdomspensioen (BPF) of prepensioen (PPVGI) geldt het Vast Bruto Loon (VBL-loon).

8. Vallen toeslagen, overwerk, vakantiegeld en eindejaarsuitkering onder het BTR-loon?

Ja, deze componenten behoren tot het loon en moeten bij het BTR-loon opgeteld te worden. Alleen onkostenvergoedingen die verband houden met de beroepsuitoefening (bijvoorbeeld reis- of telefoonkosten) vallen niet onder het loonbegrip. Let op, het BTR-loon geldt alleen voor de VUT-regeling en de regeling Collectieve Belangen. Voor het pensioen en/of prepensioen geldt het VBL-loon (Vast Bruto Loon).

9. Welke toeslagen zijn wel, niet of soms pensioengevend voor de pensioenopbouw van mijn werknemers?

De volgende toeslagen zijn pensioengevend:

  • inconveniëntentoeslag
  • vaste eindejaarsgratificaties (vaak 2 of 3%)
  • vakantiegeld (zie ook de vraag over vakantiegeld)
  • koude toeslagen (voor het werken in vriesruimten)
  • buitentoeslagen
  • provisie/overwerk van voorgaande boekjaar mits structureel van aard.

NIET pensioengevend zijn:

  • CAO-verhogingen gedurende het jaar
  • EHBO-toeslagen
  • reiskosten- en onkostenvergoedingen
  • uitbeentoeslagen of andere prestatietoeslagen

SOMS pensioengevend zijn:

  • Matrixtoeslagen: hiervoor geldt dat als dit de matrix is van verschoven uren, dan vallen deze onder het pensioengevende loon.
  • Functietoeslagen zijn alleen pensioengevend als zij een structureel karakter hebben.

10. Hoe kan ik structureel overwerk berekenen bij een werknemer die halverwege het jaar in dienst is gekomen?

Er is sprake van structureel overwerk als werknemer 37 van de 52 weken, minimaal een uur per week heeft overgewerkt. Een werknemer die bijvoorbeeld op 1 juli in dienst is gekomen kan naar verhouding tot het dienstverband toch structureel overwerk hebben. U kunt dit als volgt berekenen: Stel op 1 juli in dienst, werknemer werkt 26 weken en werkt af en toe over. In dit geval (26 * (37/52)) dient hij/zij meer dan 18 weken te hebben overgewerkt om dit als structureel te kunnen aanmerken. Dit is overigens pas pensioengevend in het volgende jaar.

 
print print icon